Net zoals andere websites maken ook wij gebruik van cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek van onze website voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken. Bovendien kunnen wij en derde partijen hiermee eventueel advertenties aanpassen aan jouw interesses en kun je informatie delen via social media. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord.

 
 

Mijn favoriete uitspraak over vrijheid

Bevrijdingsdag! Het feit dat we ruim een halve eeuw na dato nog steeds onze bevrijding van de Duitse bezetting vieren geeft alleen al aan hoe veel belang we hechten aan onze vrijheid. En terecht! Leven in vrijheid, het recht om zelf je leven uit te stippelen is een fundamentele menselijke behoefte.

Biologisch gezien kun je zelfs stellen dat er zonder vrijheid geen leven kan bestaan. We gebruiken er dan een mooier woord voor en noemen het autonomie, maar het is niets anders dan vrijheid van handelen. Ogenschijnlijk lijkt autonomie haaks te staan op het feit dat mensen tegelijkertijd in en in sociale wezens zijn, maar moderne sociologische inzichten laten onmiskenbaar zien dat autonomie paradoxaal genoeg juist een voorwaarde is voor sociaal gedrag. Vanuit dit biologische perspectief is het niet zo gek dat we vaak direct vanuit onze emoties reageren als het om vrijheid gaat. Dat begint al op zeer jonge leeftijd als peuters zich afzetten tegen de rest van de wereld door een tijdje overal met “nee” op te reageren.

Omdat vrijheid raakt aan het fundament van de mens als levend wezen, juist vanwege het enorme belang van het concept, voelen we er van alles bij, maar denken we er juist maar weinig over na. En dat is meer dan jammer, omdat een beter begrip van vrijheid ons kan helpen om beter onze individuele en gezamenlijke doelen te behalen.

Laten we beginnen met een eenvoudig voorbeeld. Als je vindt dat je te dik bent, kun je besluiten dat je af wilt vallen. Als je de daad bij het woord voegt, ontzeg je jezelf (in ieder geval tijdelijk) de vrijheid om alles te eten waar je trek in hebt. Je doet dit weliswaar vrijwillig, maar zoals iedereen die wel eens heeft geprobeerd af te vallen kan beamen, dit voelt wel degelijk als een beperking van je vrijheid. En dat is het ook. Vrijheid en vrijwilligheid zijn twee verschillende dingen. Een inbreuk op vrijheid is zo slecht nog niet (soms is afvallen nu eenmaal verstandig), maar een inbreuk op vrijwilligheid voelt minder prettig.

Toch valt er ook over die vrijwilligheid nog wel iets te zeggen. Om af te vallen kun je bijvoorbeeld ook besluiten om je aan te sluiten bij de Weight Watchers, of je kunt besluiten om mee te doen aan een tv-programma waarin je samen met enkele andere dikkerds door een heel team geholpen wordt met je poging gewicht te verliezen. In die gevallen positioneer je jezelf vrijwillig in een positie waarin je je vrijwilligheid voor een deel opgeeft. En ook dat kan heel verstandig zijn. Niet alleen als je te dik bent, maar bijvoorbeeld ook als je als alcoholicus eindelijk de stap zet om je aan te sluiten bij de AA.

Het is zeker niet zo dat we onze vrijheden alleen individueel en min of meer vrijwillig opgeven. Onze maatschappij zit vol beperkingen van vrijheden, die we alleen vaak niet als zodanig meer herkennen, omdat we er zo aan gewend zijn. Wat te denken van het feit dat de meesten van ons elke werkdag braaf van negen tot vijf een belangrijk deel van onze bewegingsvrijheid overleveren aan het bedrijf waar we voor werken? Of van al die kinderen die dag in dag uit naar school gaan. Is het geen wonder dat er niet veel meer spijbelaars zijn? Ook dit soort collectieve beperkingen van de vrijheid zijn niet per se slecht. Ook hier bereiken we er doelen mee. Onze organisaties kunnen succesvol zijn en onze kinderen worden voorbereid op de maatschappij. Maar van vrijwilligheid kunnen we hier eigenlijk niet meer spreken.

Een belangrijke kern van dit verhaal is dat er een relatie bestaat tussen vrijheid aan de ene kant en aan doelstellingen aan de andere kant. Als je wilt afvallen, mag je niet onbeperkt alles eten. En andersom, maar precies hetzelfde, als je jezelf geen enkele beperking op legt wat eten betreft (van nature of bewust), dan kun je niet afvallen. Die relatie tussen vrijheid en doelstellingen is fundamenteel. De cyberneticus Stafford Beer heeft dit perfect verwoord met zijn uitspraak: “Freedom is a computable function of purpose”. Als je weet wat het doel van een systeem is, of het nu gaat om een mens, een bedrijf of een regering, dan kun je daaruit afleiden hoeveel vrijheid van handelen er voor en binnen dat systeem nog kan bestaan.

Ik wil benadrukken dat het bovenstaande geen politiek standpunt weergeeft. Het gaat hier eerder om een natuurwet (*). Ook is het geen pleidooi voor een samenleving waarin mensen als willoze onderdelen worden ingezet voor het grotere geheel. Integendeel. Het vertrekpunt van het denken, en ook de onderliggende gedachte van Stafford Beers uitspraak, is juist dat je om te beginnen uitgaat van maximale vrijheid. Politiek gezien is liberalisme en zelfs anarchie de basis van waaruit je vertrekt. Voegen we echter aan dit verhaal toe dat we collectief bepaalde doelen zouden willen nastreven (en ongeacht welke politieke kleur die doelen hebben!), dan volgt daar per definitie uit dat we vrijheden tot op zekere hoogte zullen moeten inperken. Maar alleen voor zover dat nodig is om die doelen te behalen, en ook zeker niet meer dan dat.

Freedom is a computable function of purpose. Het is niet voor niets een van mijn favoriete uitspraken. De implicaties ervan zijn enorm. Aan de ene kant zie ik vele voorbeelden van situaties waarin vrijheden beperkt worden zonder dat daar een specifiek doel bij gebaat is (bijvoorbeeld bureaucratie) en aan de andere kant denk ik aan collectieve doelen (zoals het oplossen van de klimaatproblematiek), die op dit moment buiten ons bereik liggen omdat we onvoldoende beseffen dat we er vrijheden voor op zullen moeten geven.

We moeten niet individueel de beslissing willen kunnen nemen of we wel of geen kiloknallers kopen. We moeten niet individueel de beslissing willen kunnen nemen of we elk jaar twee keer met het vliegtuig op vakantie gaan. Laat ik voor mezelf spreken als ik zeg dat ik ten behoeve van het klimaat die keuzes niet consequent kan maken. Wat ik wel kan is democratisch meebeslissen dat mijn vrijheden hierin beperkt mogen worden. Laten we de boel zo in gaan regelen dat we met zijn allen dit soort beslissingen kunnen nemen. Geheel vrijwillig.

— —

(*) De natuurwet waar het hier over gaat is de tweede hoofdwet van de thermodynamica, waarschijnlijk zowel de belangrijkste als de minst begrepen natuurwet die de wetenschap ons tot nog toe heeft opgeleverd. Om meer over deze wet en de betekenis ervan te leren, verwijs ik je graag naar mijn boek “Waarom gaan dingen nou nooit eens een beetje vanzelf? En waarom dat de verkeerde vraag is.”

 
Copyright © 2019
Website laten maken door Modual | Open cookie voorkeuren